Blog ‘De Slag om de Schelde in maatje 34’

De Slag om de Schelde in maatje 34 

Bestel direct mijn roman!

Ik ben boos. Al weken verheug ik me erop dat er een speelfilm gedraaid gaat worden over de Slag om de Schelde. En dat ik daar een figurantenrolletje in mag spelen. Wat is er mooier dan het onderwerp van mijn roman De stille oorlog van mijn vader ook aan den lijve te ervaren, al is het dan geacteerd? Terug in de tijd in het Zeeuwse land en ik erin als Zeeuws meisje

Ik had me al ingeschreven bij MultaCasting. Ik hield de mail nauwlettend in de gaten. En ik werd lid van de besloten facebookpagina ‘Figuranten Slag om de Schelde’. Zo kon mij niets ontgaan en het kon geen kwaad om zo vroeg mogelijk een virtuele band op te bouwen met mijn collega-acteurs uit den lande.

Ik maakte best een goede kans, dacht ik zelf. Zeeuwse roots, sterke motivatie, blond, blauwe ogen, niet te groot en golvend haar dat prima in een jaren veertig kapsel gestyld kon worden. Ik zette de draaidagen alvast in mijn agenda. Ik was er klaar voor.

Tot eergisteren de mail van MultaCasting kwam. Over de gezochte figuranten. Erbij een lijstje met voorwaarden. Ik check die van de kleding en het uiterlijk van de dames.

– Maximaal 178cm lang. Check 
– Maximaal schoenmaat 41.
Check
– Half lang tot lang haar.
Check
– Geen zichtbare tattoos (hoofd, handen, nek).
Indien je een brildrager bent moet er een mogelijkheid zijn om tijdens de opnames lenzen in te doen of zonder bril te figureren. Check.

So far so good. Tot ik bij de laatste voorwaarde beland: ‘– Confectiemaat 34 t/m 38′. Ik lees het nog eens. Met mijn goede leesbril. Het staat er echt. De vrouwelijke figuranten moeten passen in maatje 34 tot en met 38. Met mijn goedgevulde zitvlak schuif ik onrustig heen en weer op mijn stoel. Van verontwaardiging schud ik mijn blozende, want -van oorsprong-Zeeuwse wangen. Het kon niet waar zijn. Met deze, tot drie beperkte, confectiematen werd mijn droom aan diggelen gegooid. Welke idioot had bedacht dat de vrouwen in deze film fotomodellen moesten zijn met kindermaatjes 34 of 36 bij een lengte van 1.78 en een schoenmaat 41? Ik klik naar de facebookgroep. Briezend type ik mijn commentaar: ‘Dat gaat hem niet worden voor mij! Maatje 34-38.”

‘Tja, het was nu eenmaal geen vetpot in die tijd’, antwoordt iemand.

Nu weet ik toevallig dat de hongerwinter nog moest komen en die was niet in Zeeland. ‘Bovendien hebben vrouwen de neiging om, ook in oorlogstijd kinderen te baren, te zogen en daardoor uit te dijen!’ Iemand lacht me toe met de duim omhoog.

Ik voel me als 56-jarige vrouw met maatje 40 (oké toegegeven sinds de overgang vaak maatje 42/44, afhankelijk van de pasvorm van de broek) ernstig gediscrimineerd. Waarom mogen er geen oudere, doorleefde vrouwenlijven in deze film?

Ik zoek naarstig naar afbeeldingen van Zeeuwse vrouwen in 1944. Kolossale dames in Axelse, Vlissingse en Goese klederdracht staren me vanaf de foto’s goedmoedig aan. Met hun gebolde rokken, gesteven schorten en kappen om hun schouders is hun confectiemaat sowieso niet in te schatten, maar ze passen zeker niet binnen de voorwaarden van MultaCasting.

Hoe realistisch wordt deze speelfilm, vraag ik mij af? Welke niet te lange, niet te dikke, niet te kort gekapte dames gaan er, tattoo-vrij en in confectiemaatjes 34 tot 38, in rond dartelen? Ik dus niet. Dat is duidelijk. Ik voldoe aan vier van de vijf voorwaarden. Alleen net niet die ideale maten

Misschien schrijf ik me in als man. Dan voldoe ik aan alles. Maximaal confectiemaat 54, lengte 1.84, schoenmaat 46, geen zichtbare tattoos. Ik twijfel even bij de laatste voorwaarde: baard en/of snor moeten eraf mogen. Ik voel aan mijn ruwe bovenlip. Kijk in het strijklicht in de spiegel naar het dons op mijn kin. ‘MultaCasting, geen probleem! Tot snel.’

Annemieke de Schepper